Prenatale Onderzoeken

In het begin van de zwangerschap zijn er tegenwoordig veel onderzoeken mogelijk om de gezondheid van moeder en kind te controleren. Deze onderzoeken worden hieronder beschreven.

Bloedonderzoek

De verloskundige zal tijdens de intake bloed bij u afnemen. Het laboratorium onderzoekt uw bloed op drie infectieziekten: hepatitis B, syfilis en hiv. Het laboratorium bepaalt de bloedgroep (A, B of O), Rhesus D, Rhesus c en onderzoekt of u antistoffen tegen bloedgroepen heeft. Het bloedonderzoek moet zo vroeg mogelijk in de zwangerschap plaatsvinden. Bij voorkeur voor u 13 weken zwanger bent. Soms vindt het laboratorium een uitslag die een behandeling behoeft, die soms al tijdens de zwangerschap kan plaatsvinden. Hierdoor kan de kans op een ziek kind worden verkleind.
Naast het bloedonderzoek zijn er onderzoeken die aan alle zwangeren worden aangeboden, maar waar u zelf de keuze over heeft of u deze wilt laten uitvoeren. Als u medisch gezien hiervoor in aanmerking komt, zal dit tijdens de intake worden besproken.

Combinatietest

Onderzoek naar de kans op Downsyndroom wordt gedaan met de combinatietest. Deze test bestaat uit een combinatie van twee onderzoeken:
1. een bloedonderzoek bij de zwangere, tussen 9 en 14 weken zwangerschap;
2. de nekplooimeting, die door middel van een echo gedaan wordt, tussen 11 en 14 weken zwangerschap.

De uitslagen van bloedtest en nekplooimeting, in combinatie met de leeftijd van de moeder en de precieze duur van de zwangerschap bepalen hoe groot de kans is op een kind met Downsyndroom.
Bij een verhoogde kans kunt u kiezen voor vervolgonderzoek (prenataal onderzoek) om zekerheid te krijgen. Dit vervolgonderzoek kan op verschillende manieren, te weten het NIPT-onderzoek, een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. Soms wordt ook een uitgebreid echoscopisch onderzoek gedaan.
Bij de vruchtwaterpunctie en de vlokkentest bestaat een kleine kans op een miskraam als gevolg van het onderzoek. Dit komt voor bij drie tot vijf van de 1000 onderzoeken. Deze kans is iets groter bij de vlokkentest dan bij de vruchtwaterpunctie.

De combinatietest kunt u altijd laten verrichten. Per 1 januari 2015 wordt de combinatietest niet meer vergoed door het ziekenfonds, ook niet wanneer u ouder bent dan 36 jaar. De eigen bijdrage bedraagt ongeveer €150,-

NIPT

U kunt laten onderzoeken (screenen) hoe groot de kans is dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. Dit onderzoek gebeurt al vroeg in de zwangerschap. Uw verloskundige of gynaecoloog zal aan u vragen of u meer wilt weten over deze screening. U kiest zelf of u dit onderzoek wilt.

De NIPT (Niet Invasieve Prenatale Test) is een nieuwe test waarbij het bloed van de moeder wordt gebruikt om in het laboratorium te testen of het ongeboren kind mogelijk down-, edwards- of patausyndroom heeft.
De NIPT wordt in Nederland alleen aangeboden in het kader van twee wetenschappelijke studies:

TRIDENT-1 (voor hoog-risico zwangeren)
TRIDENT-2 (voor alle zwangeren).

U kunt dus alleen NIPT krijgen als u ook deelneemt aan één van beide studies.

Op deze website vindt u alle informatie over wat screening op down- edwards- en patausyndroom inhoudt.



Vlokkentest

Met de vlokkentest kan onderzocht worden of het ongeboren kind een chromosoomafwijking, een DNA-afwijking of een stofwisselingsstoornis heeft. De meest voorkomende afwijking aan de chromosomen veroorzaakt Downsyndroom.
Er wordt een beetje weefsel van de moederkoek uit de baarmoeder weggenomen. Dit weefsel ziet er vlokkig uit; vandaar de naam vlokkentest. Het wegnemen van het weefsel kan op twee manieren gebeuren: via de vagina of via de buikwand.
De vlokkentest wordt gedaan tussen de 11 en 14 weken zwangerschap.

Vruchtwaterpunctie

Met de vruchtwaterpunctie kan onderzocht worden of het ongeboren kind een chromosoomafwijking, een DNA-afwijking of een stofwisselingsstoornis heeft. De meest voorkomende chromosoomafwijking veroorzaakt het Downsyndroom.
Voor chromosoom- en DNA-onderzoek worden lichaamscellen en eiwitten van het ongeboren kind onderzocht. Deze cellen komen voor in het vruchtwater. Met behulp van een echo-apparaat wordt een naald via de buikwand ingebracht, waarmee ongeveer 15-20 ml vruchtwater wordt opgezogen.
De vruchtwaterpunctie wordt gedaan na 15 weken zwangerschap.

20-weken echo

De 20-weken echo wordt ook wel Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO) genoemd. Hoofddoel van de 20-weken echo is onderzoek naar de eventuele aanwezigheid van een open rug of een open schedel. Bij deze echo wordt uitgebreid gekeken naar de ontwikkeling van de organen van het kind. Hierbij kunnen ook andere lichamelijke afwijkingen worden gezien. Verder wordt gekeken of het kind goed groeit en of er voldoende vruchtwater is.
De 20-weken echo is geen garantie voor een gezond kind. Niet alle afwijkingen worden gezien op de echo. De echo brengt geen risico's met zich mee voor moeder en kind.

Verloskundigenpraktijk Pia

Bezoekadres

Groningerstraatweg 354
8924 JH Leeuwarden
058-7370149

E-mail sturen

Dienstdoende verloskundige

06-28818912

KNOV
Website bijgewerkt op:
28 mei 2018